Einde KNSM

Het einde periode KNSM (1947 – 1981)

Al in 1934 verscheen er een Algemeen Uitbreidingsplan waarbij de havens naar het westen zullen verhuizen. Met de aanleg van het Amsterdam Rijnkanaal vanaf 1952 komt er een verbetering in de verbinding met Duitsland tot stand. Veel helpt dat niet. Er vinden veel fusies tussen scheepvaartmaatschappijen plaats. De KNSM onttrekt zich daar lang aan.

In 1956 wordt het honderdjarig bestaan van de KNSM gevierd. Het personeel schenkt een groot bronzen beeld dat de Griekse godin der zee Amphitrite met haar zoon Triton voorstelt, Het is een ontwerp van de Belgische kunstenaar Albert Termote en komt te staan in het Mien Ruysplantsoen.

Onthulling in 1956

Op een zwerfsteen staat een kwatrijn van A. Roland Holst:

Amphitrite
Dochter van Nereus
Hoog te paard hoe raast
De branding waar uw zoon
De zeehoorn blaast!
Luidt weer een eeuw hij
In voor onze schepen?
Uw wild hart bleef hun
harten steeds het naast

De KNSM bouwt een kantine-op-palen, met een eetzaal voor honderden arbeiders en beambten. De vorkheftrucks kunnen er onderdoor rijden. Ook wordt de Kompaszaal ingericht als vertrekhal voor de eersteklas passagiers.

Wachten op vertrek in de Kompaszaal

De KNSM verhuist uiteindelijk ook naar het Westelijk Havengebied en draagt per 1 juni 1979 de emplacementen over aan de gemeente Amsterdam. De KNSM fuseert met Nedlloyd en houdt in 1981 op te bestaan.

 

Bronnen:
Ton Heijdra, Kadraaiers & Zeekastelen. Geschiedenis van het Oostelijk Havengebied. Amsterdam, 1993
Arnold Korporaal, Amphitrite, de omzwervingen van een zeegodin en de geschiedenis van de KNSM. Stichting Loods 6, 2009

 

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.