Rien Hannewijk is een van de oudere bootbewoners op ons eiland. Hij kocht zijn boot die nu de Orca heet, toen deze nog in slechte staat was en heeft hem zelf verbouwd tot een comfortabele woning. We hoorden dat hij een bijzondere jeugd heeft gehad en op zestienjarige leeftijd lange tijd door Europa en het Midden Oosten had gezworven. Hij heeft toen een dagboek bijgehouden. Dat dagboek is de aanleiding voor dit gesprek….
Rien ontvangt ons op zijn boot, de Orca, met een kop koffie.
Je bent als tiener van zestien jaar zomaar weggelopen. Niet in een opwelling, dat gebeurt wel vaker met tieners, maar je hebt je vlucht, als ik het zo mag noemen, heel rationeel tot in de puntjes voorbereid. Zo had je bijvoorbeeld geld gespaard…
Ach, die 400 gulden, daar wilde ik misschien ooit iets van kopen, maar ik had dit zeker niet bedacht voor een reis naar het buitenland. Ik wilde weg, omdat ik me ongelukkig voelde, gepest op school, met streng gereformeerde ouders, ik wist geen andere uitweg en ik had geen idee waar ik naartoe zou gaan. Het enige wat ik had bedacht was dat ik naar het zuiden wilde. Het was februari. Ik dacht: daar is het minder koud. En ik wilde in ieder geval meteen het land uit. Meer planning was er niet.
Maar je hebt ervoor gezorgd dat ze je bij de grens niet konden achterhalen, je haalde je geld pas op het laatst op…
Het is wel zo dat ik een maand of zo aan het voorbereiden ben geweest. Dat is zeker waar.
Na een week werd je geld gestolen. Man, dat was toch verschrikkelijk?
Nee, dat viel wel mee. Wat ik achteraf, toen ik het dagboek heb laten lezen vaak hoorde – wat ik mezelf niet eens had gerealiseerd – is dat ik zo positief ben gebleven. Ondanks allerlei lastige momenten Ook die diefstal van mijn 400 gulden. Ik was in Barcelona toen ik erachter kwam en ik weet nog wel dat ik heel even in een soort van paniek was. Maar ik dacht al heel snel: ik moet uiteindelijk toch werken om mijn reis te betalen. Nu moet ik dat dan maar wat eerder gaan doen. Ik heb die positieve houding op een of andere manier mijn hele leven vastgehouden. Ik ben niet iemand die tobt, we zien gewoon wel wat er komt. En daar kun je ja tegen zeggen of eventueel nee als het echt te gek wordt.

Orca in de mist

Het viel me ook op dat je je vertrouwen in mensen totaal niet verliest.
Nee, sterker nog. Ik heb juist geleerd om mensen enorm te waarderen. Wat kunnen ze lief zijn! Je hebt misschien gelezen over mijn periode in Lissabon, waar ik zo liefdevol en belangeloos door een familie werd opgevangen. Mensen doen dat dan gewoon. Ook het allerlaatste moment van het dagboek in Beirut. Ik ben daar weliswaar bijna verkracht, maar heb toch geen negatieve gevoelens daarover. Ik kreeg een waanzinnig leuk feestje, ze hebben me daar van alles gegeven.
Alleen kwam er iemand die wilde nog iets meer van mij. En toen dacht ik, dit wil ik niet, dit past niet bij mij, mensen waren heel aardig voor mij, maar dit kon ik niet doen. Ik was anders dan zij. Ik kreeg daardoor een overweldigend gevoel van zelfbewustzijn. Niet van boosheid.
Maar dat was toch ook de reden dat je naar huis wilde, althans zo staat het in je dagboek.
Jawel, maar niet omdat ik het reizen zat was of omdat ik teleurgesteld was in mensen, maar juist omdat ik het gevoel had dat mijn reis klaar was, dat ik mezelf gevonden had. En uiteindelijk ben ook pas maanden later thuis gekomen.
Je bent veel langer weggeweest dan wat het dagboek beschrijft?
Het dagboek is niet klaar met dit deel. Maar ik vond de gebeurtenis in Beirut wel een mooie afsluiting van dit deel. Na Beirut ben ik ook wat minder fanatiek in mijn dagboek gaan schrijven. Ik heb nog wel een heel stuk tekst, tot het moment dat ik thuiskom, dan houd ik definitief op met schrijven.
Dus na Beirut ben je nog verder gaan reizen?
Ik ben vanuit Beirut weer teruggegaan naar Athene. En uiteindelijk door Italië naar Duitsland gelift. In Zuid-Duitsland ben ik bij een aantal Duitse kunststudenten terecht gekomen. Daar heb ik een tijdje gewoond. Ik had mijn eigen kamer, mijn eigen vriendin. En toen zou ik naar Hamburg. Omdat ik daar op een schip kon werken dat naar de Verenigde Staten ging.
Naar de Verenigde Staten?
Ja, maar daarvoor kreeg ik de gelegenheid om een weekje naar Amsterdam te gaan hét magisch centrum van de hippies, waar je gewoon kon slapen in het Vondelpark. Maar uiteindelijk werd ik opgepakt aan de Nederlandse grens met mijn paspoort vol Arabische stempels. Later ben ik wel weer vrijgelaten toen ik beloofd had om naar huis te gaan. Ik ben toen alsnog naar Amsterdam gereisd omdat mijn ouders op dat moment niet thuis waren.
Wisten je ouders waar je was?
Nee, ze hadden wel drie keer een kaartje van mij gekregen, maar ze wisten toen ook niet dat ik in Amsterdam was. Ik was daar naar het Vondelpark gegaan, in de regen naast junks geslapen onder een brug van het Vondelpark. Daar kon je boterhammen met kaas krijgen. Ik ben daarna naar huis gegaan in Gouda. Mijn ouders waren er nog niet toen ik thuis kwam, de buren lieten me binnen en daar wachtte ik. Mijn ouders kwamen eraan en zodra mijn vader me zag zette hij de auto stil, rende op me af en omarmde me. Mijn moeder er achteraan in tranen. Mijn zusjes dansten om ons heen en riepen Rien! Rien! En daar houdt het dagboek op.
En toen ben je gebleven ook.
En toen ben ik gebleven. Ik ging weer terug naar school. Ik was natuurlijk weggegaan als een heel klein jongetje, dat gereformeerd was en helemaal niet paste in dat milieu. Maar toen ik terugkwam vond iedereen me een held! Ongelooflijk!
Je was opeens volwassen.
Ja, ik werd echt als volwassene beschouwd. Ook door mijn ouders. Ik hoefde niet meer naar de kerk. Ik kon gewoon doen en laten wat ik wilde. En het ging ook opeens goed op school. Ik snapte opeens wel alles. Ik heb uiteindelijk een heel goed examen gedaan. Dat zelfvertrouwen, dat maakte zoveel uit.
Het heeft je ontzettend goed gedaan.
Ja, zeker. Ik heb er ook zeker nooit spijt van gehad. Maar mijn ouders hebben het wel heel zwaar gehad. Dat wel.
Ja, daar wilde ik ook naar vragen.
Mijn familie was streng gereformeerd. Maar het jaar voordat ik op reis ging, waren we op vakantie gegaan naar Engeland. Daarom had ik ook een paspoort. In die tijd gingen mensen eigenlijk nog nauwelijks op vakantie. En de ouders van mijn moeder, die vonden het ook echt onzin dat we op vakantie gingen, en dan ook nog naar het buitenland.
Zij waren sowieso nooit Zeeland uit geweest. Mijn ouders kregen dus achteraf enorm op hun kop. ‘Zie je nou wel’, zeiden ze, ‘dat komt ervan als je naar het buitenland gaat. Je hebt het zaadje geplant, je hebt gezorgd voor een paspoort, jullie zijn van god los, dat gaat maar een beetje naar het buitenland. En ja, dan krijg je dit soort dingen’. Ze hebben het daar echt heel moeilijk mee gehad.
Daarbij kwam dat ze natuurlijk niet wisten waar je was. Dat ze zich zorgen maakten waarschijnlijk.
Ja, dat was ook heel zwaar voor ze. Maar uiteindelijk hebben we een hele goede relatie opgebouwd, alleen lieten we discussie over het geloof altijd rusten, ook met mijn zusjes, die overigens nog steeds gereformeerd zijn. Geen televisie, een gereformeerde krant, dat is echt een heel andere wereld.
Hoe vonden jouw zoons het eigenlijk om je dagboek te lezen?
Ze kenden natuurlijk de verhalen, vooral mijn oudste zoon was helemaal onder de indruk, vond het helemaal te gek. Hij is nu 27. Dus is het geen voorbeeld meer voor hem. Overigens had ik het veel eerder kunnen publiceren, ik heb het dagboek acht jaar geleden al gevonden. Het zat in een doos met spullen. Ik ben het gaan lezen en wilde er wat mee gaan doen. Maar het begin van het boekje gaat over de ruzie met mijn ouders. Ik dacht, dat kan ik mijn ouders niet aandoen. Mijn vader was toen al oud. Ik wilde ze daar niet mee confronteren. Pas toen mijn vader overleed, en dat is nu drie jaar geleden, ben ik begonnen de tekst uit te typen, ik wilde hier en daar nog wat verbeteren, ik ben er nog wel een paar maanden mee zoet geweest. Vandaar dat het zoveel jaar later pas klaar is.
Maar je zussen?
Zij wel. Dat vond ik ook wel confronterend. Ik heb ze toen uitgenodigd hier aan tafel. Ik heb gezegd, moet je luisteren. Dit is mijn leven, maar ik vind jullie leven ook goed. Jullie doen het heel anders dan ik. En daar heb ik respect voor. Dus lees het niet als een soort kritiek op jullie wereld. Dat is het niet. Dit is hoe ik het gedaan heb. En ik vind het fijn als jullie dat weten. Nou, zij reageerden ook allemaal met jeetje, wij hebben ons nooit gerealiseerd hoe ongelukkig je in die tijd eigenlijk was.
Zij wisten natuurlijk van niks. Dat laat je als puber ook helemaal niet zien. Ik voelde me al veel langer ongelukkig. De eerste twee jaar op de middelbare school was voor mij waardeloos. Ik werd altijd uitgelachen. Ik was een gereformeerd jongetje. Ik wist niks van popmuziek. Niks van meisjes. Niks van voetballen. We hadden geen televisie thuis. Ik kon nergens over meepraten. En ik wilde er zo ontzettend graag bij horen, maar dat lukte gewoon niet.
Wat heb je daarna gedaan?
Na het gymnasium ben ik antropologie gaan studeren, hier aan de UvA, onderzoek gedaan in Nicaragua. Daar heb ik ook negen maanden gewoond. Toen ik bijna klaar was met studeren, werd ik door iemand die ik op een feestje had ontmoet, gebeld. Hij zei dat er een vacature was op zijn school, zwangerschapsverlof van een docent. Kun jij niet economie geven? Waarom niet, dacht ik? Ik was heel goed in economie en wiskunde. Dus ik dacht, dat ga ik wel kunnen. Het is een kwestie van de lessen goed voorbereiden. Je weet altijd meer dan de kinderen.
Hoe dan ook, ik ben begonnen. En het grappige is dat ik toen onder andere een zes VWO-klas had die het heel goed deed. Die zouden ook zonder mij hun examen wel hebben gehaald, maar ik kreeg daar toch ook credits voor. Het jaar daarop was er een vacature. Ze vroegen of ik wilde blijven. Dat wilde ik wel. Ik moest alleen nog langskomen met mijn papieren en dan zou het geregeld worden. Maar papieren, die had ik toen niet. Daarom ben ik nog snel een groot bijvak economie gaan doen bij antropologie. Toen kreeg je daarmee nog automatisch een onderwijsbevoegdheid economie.
Hoe lang ben je nu het onderwijs uit?
Twee jaar. Ik was toen 66 Dat was het einde van het schooljaar. En twee jaar geleden was het schip lek en stond er een enorme reparatie voor de deur. Dus moest ik wel stoppen om het schip te redden.

Het ruim

Aan het werk in het ruim
Hoe ben je hier op de Orca terechtgekomen?
Dat is een heel verhaal. Maar dat ging eigenlijk ook min of meer toevallig. Zo gaat het al mijn hele leven. Ik plan niets, het gebeurt gewoon. Er zijn hooguit momenten waarin je vol enthousiasme ja zegt.
Maar goed. Ik woonde in de Czaar Peterstraat. Een vriend kende iemand die een bootje te koop had, een tien meter lang schuitje van staal, met een dieselmotor erin. Ik was toen nog aan het studeren. Het kostte vijfduizend gulden. Dat hebben we gekocht en ik ben aan het bouwen gegaan. We hebben de boot na een aantal jaren voor 12.000 gulden verkocht en heb ik de sleepboot Barracuda gekocht. Dat was een wrak trouwens, maar die heb ik ook helemaal opgebouwd. Uiteindelijk is dat misschien wel de mooiste sleepboot van Amsterdam geworden. Die heb ik 40 jaar gehad en is nu meer dan 100 jaar oud. En hij vaart nog steeds.
Woonde je daar dan ook?
Nee, ik woonde nog steeds in de Czaar Peterstraat. Maar ik leerde doordat ik de Barracuda had wel veel mensen kennen met boten. En toen kwam uiteindelijk dit schip op mijn pad. Een enorm schip, veel te groot voor mij. Maar goed, ik heb ik het gekocht in 1994. Het was een wrak waar het in regende, alles was kapot, met achterin een soort woninkje. En uiteindelijk heb ik het hele schip opgebouwd. De keuken en brug heb ik erop gezet. Stalen dekken gelast, ingetimmerd.
Heb je dat allemaal zelf gedaan?
Daar ben ik echt wel lang mee bezig geweest. Ik wist ook wel, als ik dit schip koop, dan wordt dat mijn leven. Dat gaat zoveel tijd kosten. Toen ik het schip een jaar had, was ik totaal blut, geen cent meer te makken. Ik dacht, ik ga de Barracuda maar verkopen. Want twee schepen, dat is echt helemaal too much. Maar toen leerde ik Mireille kennen, mijn huidige vrouw, die ik al dertig jaar ken. We zijn 29 jaar getrouwd. Zij had ook wat geld. Ze zei, nee, die boot verkopen, dat gaan we niet doen. We gaan dit samen aanpakken. Want zij kwam binnen een week, nadat we elkaar hadden leren kennen, al hier wonen. We hebben dat samen aangepakt en we hadden ook geld genoeg om het zo langzaamaan, beetje bij beetje op te bouwen.
Dat vond je ook leuk, neem ik aan.
Nou ja, vooral het opbouwen. Nu is het alleen maar onderhoud, dat is veel minder interessant. Maar de laatste tijd zijn we hard bezig geweest met investeren in duurzaamheid. We hebben geen gas meer aan boord. Alles is elektrisch op dit moment. Een batterijsysteem, een warmtepomp, zonnepanelen. Dat is wel weer nieuw en dat vind ik gaaf.

Feest op de boot

Met Mireille
Ik wilde iets vragen over jouw betrokkenheid bij KNSM Events.
Ja, nou kijk, ook weer toevallig. Met koningsdag liep ik eens langs toen ze hier bezig waren. Ik zei, ik heb nog wel een paar vlaggen, die wil ik wel ophangen. Natuurlijk vonden ze dat een goed idee, maar binnen de kortste keren zat ik toch met ze te vergaderen over de volgende activiteit. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling. Maar ik moet zeggen, ik vind het wel heel erg leuk. Want die activiteiten lukken ook echt en ik vind het heel fijn om een gezellige buurt te hebben. Koningsdag eten was ontzettend geslaagd. En het zomerfeest was ook echt een succes.
Nu ga ik weer glühwein maken voor Sint Maarten. Dat vind ik ook leuk om te doen. Ik hou wel van dat soort praktische dingen.

Voorbereiding zomerfeest

Sint Maarten 2024

Organisatoren KNSM Events
Reageren: info@stadsdorpknsm.nl
Oktober 2026
