Bart Buwalda woont sinds 1987 op een woonboot aan de Levantkade. Hij was als jongeman al gefascineerd door boten. Bart Boot noemt hij zich dan ook. Hij kocht in 1976 een tjalk, een varend woonschip dat hij ombouwde tot passagiersschip ‘de Hoop op Behoud’. Met deze rondvaartboot vervoerde hij jarenlang passagiers naar de havens, het IJ, en Pampus. Na de verkoop van zijn boot initieerde hij het Wilde Wilgenplan voor de Levantkade en denkt hij mee over de energietransitie op het eiland.

Bart heet ons welkom aan boord van de Mooie Nel, zoals hij zijn woonscheepje, heeft gedoopt.

Bart vertelt: ‘De Mooie Nel heeft een geschiedenis. Het is van oorsprong een Amsterdams vuilnisschuitje uit begin 20ste eeuw. Nadat het bij de gemeente was afgedankt vond het nieuw emplooi als woonarkje op de Amstel. De scheepsnaam luidde Klein Cuba. Bij de scheepssloperij aan de Cruquiusweg vond ik dit ex vuilnisschuitje, zonder opbouw want ‘gesaneerd’, en heb er op mijn beurt een opbouw op gezet. Maar ik moest m’n nu weer woonbootje door de bureaucratie zien te loodsen, Klein Cuba leek me daarvoor geen geschikte naam en werd het ‘de Mooie Nel’. Vernoemd naar het gelijknamige meertje bij Haarlem.

Hoe kwam je op een woonboot terecht? Je bent niet op een woonboot geboren.
‘Ik ben op de Gooise matras geboren, letterlijk, in Hilversum tussen de omroepbonzen, in onze buurt stonden de kantoren van de NCRV en de VPRO en de buren werkten bij de VARA  en de KRO.
Die liefde voor boten. Mijn vader was een zeiler, en hij kocht voor zichzelf en zijn zoons een klein zeilbootje. Hij wilde ons leren zeilen, maar al snel zeiden mijn broertje en ik, pa, blijf alsjeblieft aan de kant.
Na een zeilersloopbaan in open wedstrijd zeilbootjes kwam ik in de schepen terecht. Vrienden van mij hadden een schip in Friesland gekocht maar hadden zelf geen ervaring met schepen. Ik kon aardig zeilen, dat was tenminste iets en zo werd ik aangemonsterd om samen met hen dat schip naar de werf in Amsterdam te varen. Dat is een bijzondere expeditie geworden. In Elburg bijvoorbeeld kwam de havenmeester naar de punt van het havenhoofd gefietst en schreeuwde ons toe: Wegwezen met dat ding! Dat dringende “verzoek” hebben we genegeerd en dat had consequenties. In de havenkom gevuld met jachtjes werden we begroet door een haag pikhaken, vaarbomen en bittere verwijten, maar het is goed afgelopen.

Mooie Nel

Schuurtje

Mooie Nel op de werf

Na nog een paar soortgelijke “ervaringen” kwamen we tenslotte in Amsterdam aan.
Maar ik vond het zo mooi zo’n schip dat ik dacht “dat wil ik ook!”. Tot die tijd wist ik niet zo goed wat ik met m’n leven aan moest. Maar nu wist ik het! Een advertentie in De Telegraaf bracht me op het spoor van een tjalk die ik feitelijk ongezien kocht.

Het schip lag op een zandbank in de rivier bij Woudrichem. Je kon er alleen per boot naar toe, de eigenaar zei dat ‘ie die niet had. Maar ik zei: doe toch maar. Ik was toen 22. De tjalk bleek niet meer te zijn dan een bak, alles wat bruikbaar was, was eraf. Meneer Beffers van de werf op Wittenburg zei tegen me: ”jongen, weet goed waar je aan begint – om hier iets van te maken, dat kost wel 30.000 gulden.” Ik wou dat hij gelijk had gekregen, er is in ieder geval een 1 voor dat bedrag gekomen en waarschijnlijk een 2.

Met die tjalk kwam ik aanvankelijk terecht op het Raboes, een jachthaven uitgegraven uit een moeras waar de rivier de Eem uitmond in de voormalige Zuiderzee, nu het Gooimeer. Het was daar een vrijgevochten boel met bewoonde stacaravans en woonschepen. Nutsvoorzieningen waren er niet. Daar heb ik er weer een opbouw opgezet en ik heb er een motor ingebouwd. Die had ik overgenomen van de roemruchte LSD professor Bastiaans. Hij ging z’n varend weekendschip her-motoriseren, zodoende kwam de oude motor beschikbaar.

Toen kon ik ook varen en na onenigheid met jachthaven eigenaar ben ik ’s nachts in de mist naar Naarden gevaren. Daar lag het schip dat ik met m’n vrienden naar Amsterdam had gevaren al in een oude werkhaven van Rijkswaterstaat naast de Hollandsebrug. Die waren daar gaan wonen en ik kwam daar als nieuw bewoner m’n opwachting maken.

We woonden daar in die oude werkhaven heel tevreden, ook al ontbraken de nutsvoorzieningen. Het Naardense gemeentebestuur zag dat niet zitten, want woonboot- en woonwagenbewoners werden door de overheid verdacht van kleine criminaliteit, drankmisbruik en prostitutie.
Dus die stuurde de politie op ons af. Maar ze hadden een verstandige commissaris, die zei: “dit is een bestuurlijk probleem, als politie hebben we daar niks mee te maken”. De gemeente gaf niet op. Na ca. 8 jaar juridische haarkloverijen heeft de gemeente een dam aangelegd om de ingang van de oude werkhaven af te sluiten. We mochten binnen die dam blijven, maar dan kwam je nooit meer weg . Dus toen zijn we 100 meter verkast naar de buitenkant van die dam.’
‘In 1987 ben ik bij de net opgerichte Amsterdamse Watertaxi gaan werken, maar was het forensen vanuit Naarden op onregelmatige tijden snel beu.
Daarop heb ik de motor gestart van m’n varende woonschip, de tjalk Hoop op Behoud en ben naar Amsterdam gevaren, en heb ik m’n schip afgemeerd aan het KNSM-eiland.’

Woonboot met bijverdienste

Rondvaart met catering

Van varende woonboot, m’n tjalk Hoop op Behoud, met bijverdienste naar een rederij.
Als eigenwijze krakers en bootbewoners hadden we zelf een plan ontwikkeld voor de bebouwing van het KNSM-eiland: het Water Kadeplan. Als eilandbewoners vonden we dat we dat plan per boot op het stadhuis moesten gaan aanbieden. Het stadhuis was toen nog gevestigd aan de Oudezijds Voorburgwal. We scheepten in aan boord van mijn Hoop op Behoud en die bleek daar tot m’n verrassing voor de deur te kunnen komen. Tot m’n verrassing want de Oudezijds is bepaald niet de breedste gracht van de stad. Toen bedacht ik, wat de watertaxi kan, kan ik met m’n eigen schip ook.

En zo werd m’n varende woon Tjalk een woonboot met bijverdienste.

In het begin was dat nog leuk kleinschalig maar het waren de negentiger jaren en het geld klotste overal tegen de plinten en er bleek een grote vraag te bestaan naar een alternatief voor een rondvaartboot, ook wel een “glasbak” genoemd. In 1993 heb ik me ingeschreven bij de KvK. En was ik officieel in business.

Wat begon als een bijverdienste was uit de hand gelopen. Ik heb er met behulp van een investeerder nog twee boten bijgekocht en die geher- en verbouwd. En toen had ik een rederij. Met een bedrijfspand aan de Bickersgracht, voorzien van een kantoor en een cateringafdeling. Van wonen op m’n tjalk Hoop op Behoud was allang geen sprake meer. De tjalk was inmiddels passagiersschip en niet meer voor bewoning geschikt.’ 

Je hebt je laatste rondvaartboot verkocht, waarom ben je met je rederij gestopt?
‘In 2019 openbaarde zich bij mij auto-immuun ziekte en vlak daarna de corona pandemie, alles lag stil, en inmiddels had ik de aow leeftijd bereikt. Het was qua gezondheid niet zo verstandig om dat allemaal weer overeind te trekken. Maar al had ik niks gemankeerd, om op m’n 67ste opnieuw te beginnen stond me tegen.’

Wat ga je doen als je ouder wordt. Als je aan het water gewend bent, is het misschien lastig op het droge.
‘Ik zag de plannen van een architecte voor een torentje met daarin kleine appartementen op de kop van Loods 6 wel zitten. Als ik dit bootje kan verkopen heb ik genoeg geld om zo’n appartementje te kopen voor mijn oude dag. Maar van dat hele plan is niets terecht gekomen. Nu ga ik dit bootje nog een keer renoveren en verduurzamen. Ik woon hier heerlijk. Wel klein, maar ik heb hier een weids uitzicht en een royaal zwembad.’

Wilde Wilgen Plan

Het Wilde Wilgen plan
Zo genoemd omdat het een eigen buurtinitiatief is waar we de gemeente niet in hebben gekend.’

Hoe staat het met het plan?
‘Er staan nu vier wilgen in bakken aan de Levantkade. Het leuke is dat mensen er ook zelf plantjes bij gaan zetten. Maar het plan als geheel staat in de pauze stand.

Een wilg in een bak doet niet zo veel. Volgens deskundigen – ik heb er twee geraadpleegd – zou het moeten kunnen. Maar ja. Het ligt er natuurlijk aan wat je wilt, een echt grote boom in zo’n bak, dat gaat niet, dat kun je ook de buren niet aandoen. Daarom had ik knotwilgen bedacht, als die bij de eerste verdieping zijn, dan knot je ze en klaar. En ik vind de knotwilg wel een passend decor voor een kade, niet dat getrut met Japanse boompjes.

Ik had het idee om de bewoners erbij te betrekken. Want een bak met grond en een boompje, dan zit je al aan de 600 euro. Er wonen hier zo’n 1500 mensen, als iedereen meebetaalt, dan valt het wel weer mee. Maar de gemeente heeft ons tot tweemaal toe “off the record” afgeraden om dat te formaliseren, want er is formeel niks voor geregeld. Dan spreek ik wel over drie jaar terug. Want als ik het bijvoorbeeld bij Oost Begroot zou presenteren, dan gaat er meteen een streep doorheen en dan loop je het risico dat ze handhaving jouw kant opsturen om ze weg te halen.

Dat is een beetje wat me tegenhoudt. Maar we willen héél graag méér wilgen op de kade. In de wilde traditie van dit eiland hebben we de wilgen zelf geplaatst. Je kan het stiekem noemen maar daar zijn ze te zichtbaar voor. Je kunt ons ook zien als stoere guerrilla gardeners (dat vinden we wel leuk). Maar eigenlijk willen we de gemeente wél bij ons Wilde Wilgenplan betrekken zodat we samen onze kade nóg mooier, groener en klimaatvriendelijker kunnen maken.’

De Energie Commissie Oostelijk Havengebied
‘Ondertussen heb ik me gemeld bij de energiecommissie van De Eester. We werken er hard aan om het OHG van het gas af te krijgen en proberen met de gemeente op gang te komen, dat valt nog niet mee, het moet over zoveel schijven en zoveel mensen.

Inmiddels is het een pilotproject van de gemeente geworden. We hadden laatst een energiecafé met de wethouder en zij, Sita Pels, heeft met ons een intentieverklaring getekend. We denken na, we praten erover en langzaamaan komt er wat tot stand om het eiland gasvrij te krijgen, dat kan, de technische mogelijkheden zijn er.’

Wat vind je van het stadsdorp?
‘Geweldig, jullie organiseren veel, zelf kom ik alleen voor de borrel. Ik zal een bekentenis doen: ik heb me bij jullie gemeld omdat ik draagvlak zocht voor het Wilde Wilgenplan.’

December 2025